Feedback geven en krijgen

Feedback geven en krijgen  feedback geven en krijgen

Feedback geven en krijgen is belangrijk. Als iemand feedback over jou geeft, moet jij altijd maar denken dat degene jou als persoon beter wil maken. Hij of zij voelt zich betrokken, want het is voor hen belangrijk genoeg om het te melden.

Ze hadden er ook voor kunnen kiezen om het niet te zeggen. Zie feedback dus niet als iets negatiefs, maar als iets positiefs (ondersteunend). Het is een kans om persoonlijk te groeien of beter te worden.

Als jij zelf feedback geeft, dan is het belangrijk om te weten waar jij je op richt: het gedrag of het idee van een ander. Het gaat niet om de persoon zelf en om de persoonlijkheid van hem of haar. Door jouw feedback te richten op het gedrag en de daden, zorg je ervoor dat feedback makkelijker geaccepteerd wordt. Je moet iemand niet aanspreken op zijn of haar karakter. De ontvanger kan namelijk wel het gedrag, maar niet zijn of haar persoonlijkheid veranderen.

“EN”

Als jij feedback gaat geven, leid die dan in met een positieve uitspraak. Gebruik het woordje “EN” als overgang naar de kritiek of verbeterpunten.

Gebruik niet het woordje “MAAR”, want met het woordje “MAAR” ontkracht jij de positieve uitspraak. Houd er rekening mee, dat “JA, MAAR” = “NEE”, dus negatief. “NEE, MAAR” = “JA”  is positief. Je kunt niet hetgeen bieden wat iemand wil, maar je hebt wel een alternatief of oplossing voor het probleem.

feedback2Opbouwende kritiek

Opbouwende kritiek baseer je op:

  • Iets wat iemand doet
  • Iets wat jezelf ziet gebeuren. Niet wat je van een ander hebt gehoord . Iets wat meetbaar is

Foute uitspraak: “Jij bent slordig”.

Dit is niet meetbaar. Het zegt iets over iemands persoonlijkheid. Zoals eerder gezegd, verander je niet zo makkelijk iemands persoonlijkheid. Je kunt wel het gedrag van iemand veranderen.

 

Goede uitspraak: “Je hebt twee keer zoveel fouten gemaakt dan de anderen”. Dit is meetbaar en een feit.

Opbouwende feedback is dus:

  • Eerst positief, dan negatief: Veel mensen reageren op complimentjes, lof of erkenning. Als jij negatieve feedback vooraf laat gaan door een positieve opmerking, dan is de ander veel eerder geneigd die negatieve kritiek te accepteren.
  • Geef details: Gedetailleerde informatie biedt meer kansen om te kunnen leren en het gedrag aan te passen. Bijvoorbeeld: “De manier waarop jij die vraag formuleerde was handig voor mij, want het gaf mij de gelegenheid om specifieker te kunnen antwoorden….
  • Specifiek zijn: Vermijd algemene opmerkingen. Hier kan niemand iets mee. Zeg liever als er iets goed was en wat er dan goed aan was. Probeer je te concentreren op waarneembaar gedrag. Geef geen commentaar op zaken waar de ander niets aan kan doen. Je verplaatst dan het onderwerp naar zaken er omheen. Dat is niet de bedoeling.
  • Laat de ander zelf bepalen of hij/zij de feedback accepteert of verwerpt: Jij kan een ander jouw mening niet opleggen. In het beste geval krijg je te maken met weerstand. In het ergste geval zelfs met onverzettelijkheid en wrok. Goede opbouwende feedback zorgt voor informatie. De ander kan er iets van leren. Of men dat ook echt gaat doen, kun jij niet afdwingen. Dit valt buiten jouw invloedssfeer en ligt bij degene die de feedback heeft ontvangen.
  • Biedt alternatieven: Probeer negatieve feedback om te zetten in positieve suggesties.
  • Beschrijf situaties, veroordeel ze niet: Beschrijf dingen die jij gezien hebt en het effect wat dit op jou hadden. Dat is veel zinvoller om te doen, dan met kreten te komen, zoals bijvoorbeeld: “Dit was verschrikkelijk”. Zinvol is: “Zoals je luisterde naar mijn probleem, zoals je naar voren leunde en je gezichtsuitdrukking was.

Je leefde echt met mij mee, waardoor ik mij belangrijk en gewaardeerd voelde”.

  • Neem de verantwoordelijkheid voor jouw feedback: Als jij iets vindt, zeg dat dan ook. “Ik ben van mening dat…enz.”.

Het is belangrijk om de verantwoording te nemen voor de feedback die jij geeft.  Geef de ontvanger de keus, maar maak wel duidelijk wat de gevolgen kunnen zijn indiener niets geleerd wordt van deze feedback en/of er niet naar gehandeld wordt. Respecteer de gevoelens, meningen en overtuigingen van de ander.

Realiseer je dat dingen wellicht niet veranderen als gevolg van jouw feedback.

  • Realiseer je dat dingen wellicht veranderen als gevolg van jouw feedback: Houd er rekening mee, dat als jij negatieve feedback hebt gegeven, dit mogelijk de relatie tussen jou en ontvanger kan veranderen/ verstoren.

Iemand kan meer afstandelijk, boos worden of gekwetst zijn. Houd daar rekening mee, wanneer je de afweging maakt of je wel of geen feedback geeft.

  • Vraag de ander of hij/zij het eens is met de feedback: Geef iemand te kans om na te denken over de feedback. Hij of zij kan ook later terugkomen op de feedback. De ander zal namelijk niets doen met de feedback, als hij of zij er niet achter staat.
  • Vraag de ontvanger wat hij/zij gaat doen na het feedbackgesprek: Heb jij een feedbackgesprek gehad, vraag dan aan de ander wat hij of zij vanaf nu anders gaat doen. Leg ook altijd aan de ander uit, wanneer je aan een feedbackgesprek begint, het nut en het doel ervan.

Als de ander begrijpt dat het een leermoment is om beter te worden en niet als een (negatieve) correctie, dan zal de ander zich er eerder voor openstellen. Dit komt het eindresultaat ten goede.

Vraag ook altijd aan het einde wat de ander van het gesprek vond. Op die manier krijg je antwoord of iemand de boodschap van het gesprek heeft begrepen. Mocht er commentaar komen, dan is het commentaar wellicht om jezelf weer te kunnen verbeteren. Dit is dan feedback naar jou toe!

Positieve feedback geven

Als iemand tijd en moeite heeft gestoken in de opdracht die jij hebt gegeven, dan verwacht hij of zij feedback op zijn of haar prestaties.

Feedback is niet een ander woord voor negatief of kritiek. Feedback behoort op het eind altijd positief te zijn, omdat jij feedback geeft om er beiden uiteindelijk beter van te worden.

Positieve feedback geef je door:

  • Op een directe en eerlijke manier feedback te geven. Wees niet te neerbuigend en ook niet te kritisch
  • Wees ondersteunend en positief. Weet jij het nog? We moeten er beiden beter van worden
  • Begin altijd met wat de ander goed heeft gedaan. Vraag hoe hij/zij het voor elkaar heeft gekregen. Hierdoor leer jij ook van jouw successen en niet alleen van jouw mislukkingen
  • Vertel dan pas wat er de volgende keer beter kan
  • Feedback moet altijd een tweerichtingsproces zijn.

Je kunt net zoveel leren van feedback, als van het krijgen van feedback (HEEL BELANGRIJK OM TE WETEN).

Positieve / negatieve feedback

Voorbeelden van positieve dan wel negatieve feedback:

  • Ik zie / merk / hoor, dat…..
  • Zie / merk / hoor jij dit zelf ook?
  • Gevolg is, dat…..(negatieve of positieve reden van feedback)
  • Beter is om…..(tip geven, is positief opbouwend

Hieronder vindt je nog een leuk animerend filmpje over feedback geven en krijgen.